maandag 5 juli 2010

Op reis in de belevingswereld ven een zoeker

Verhaalde hij vorig jaar nog dat hij behoorlijk 'Van de kaart' was geraakt, nu deelt hij in 'Authentiek' met ons hoe hij zijn zoektocht op de kaart zet. Het is een boeiend landschap wat hij ons beschrijft in de taal van het verlangen. Met een 'Aanloop' kom je erin terecht. Daar staat 'De zoeker' al op je te wachten. 'De zoeker is geen heilige,' zegt Boele Ytsma, maar zoeken is hem wel heilig. Misschien juist ook wel omdat hij in het zoeken ruimte ervaart voor zijn verlangen. Verlangen naar eenvoud en heelheid.

Scherp, zoals ik dat ook van iemand als Gerard Dekker ken, analyseert Ytsma hoe onze samenleving en ons leven zelf gefragmentariseerd zijn geraakt. En hoe vind je dan balans in je leven? Dat conflict tekent niet enkel het 'Dertigersdilemma', velen voelen zich overvraagd en zoeken naar een uitweg uit de wirwar van keuzes die je niet enkel kunt maken maar zo dikwijls moet maken. Veel mensen worden intens moe van dit verbrokkelde leven. Alsof het iets is wat je moet managen door multitasking.

Maar wat nou als je je niet gelukkig voelt in zo'n leven, in een wereld van schier eindeloze mogelijkheden? Als je niet het gevoel hebt toe te komen aan wat je het liefste wilt, aan wat jouw leven zin en samenhang geeft? Terwijl je daar wel intens naar verlangt... Dan ontmoet je in 'Authentiek' een geestverwant, die het pionierspad is ingeslagen omdat hij anders wil en ook gelooft dat het anders kan. Juist nu. Hij weet wat het is opgebrand te zijn. Hij weet hoe het voelt als 'jouw kathedraal van zeker weten' in de as is gelegd. Houdt hij dan nog wel wat over?

Wat Ytsma overhoudt, vat hij samen in dat ene woord 'Authenticiteit'. Als je opnieuw gaat opbouwen, heb je de kans om dat te doen met datgene wat voor jou authenticiteit in zich heeft. Dat is niet een kwestie van enkel eten wat je lekker vindt. 'Wie zichzelf serieus neemt, gaat in op de bezwaren van anderen' (p.87) En met het kernkwadrant van Ofman houdt Ytsma zichzelf ook een spiegel voor, wil hij van de zoeker geen heilige maken, maar zeker ook kritisch naar zichzelf kijken en zich bewust worden van zijn valkuilen.

Nog spannender vond ik het worden in het tweede deel van zijn boek. De onvrede en onrust die hij had gevoeld (zie 'Van de kaart') vertaalt hij hier in 'verlangen'. Verlangen naar heelheid. Heelheid is voor Ytsma een relationeel begrip. Dat heeft te maken met de natuur, met mensen om je heen, met jezelf en met God. Deze vier hoofdstukken in zijn boek zouden we evenzovele aanzetten tot nieuwe theologie kunnen noemen. Of, meer in de taal van het verlangen: aanzetten tot het nieuwe verhaal waarnaar de zoeker op zoek is. Een verhaal dat weer iets kan zeggen over de zin en samenhang van ons leven. Een keer verwoordt Ytsma dit als een droom. In die droom ziet hij een kerk die altijd open is, waar altijd mensen zijn. God is daar midden in het dagelijkse leven present. Om die kerk heen is een weelderige tuin, een stukje paradijs op aarde... Ytsma is geinspireerd door de bijbelse symboliek van de tuin. Hij trekt die lijn in zijn boek door door een ruwe schets aan te leveren voor de aanleg van een tuin van vertrouwen, een tuin met verrassend veel doorkijkjes naar elkaar in plaats van dat we steeds aan elkaars oog en oor onttrokken zijn. Een tuin zonder gebaande wegen, maar niemand die daar over in zit: de tuin nodigt uit om te betreden en paden zullen als vanzelf ontstaan.
Spannend wordt het als Ytsma vervolgens aandacht besteedt aan de relatie tussen mensen onderling. Kritisch merkt hij op 'wat ons parten speelt: het wil niet hechten tussen mensen...wat is er met ons gebeurd?' (p.152) Dat legt hij vervolgens wel uit, maar mij intrigeert vooral zijn gedachtengang dat ongelijkheid iets is om vooral te bewaren: daarin zit de kans om uniek te zijn! Een gedachte die ons zomaar tegen de haren in kan strijken, ons echter vrij wil maken om de mogelijkheid van een nieuwe verbondenheid onder ogen te zien. De realiteit van deze optie ziet Ytsma in de nieuwe media waar mensen op tal van manieren 'delen', zelfs met wie ze zelf niet direkt kennen. Dat kan alleen als er vertrouwen is. En met dat vertrouwen zaait Ytsma graag zijn tuin in!
Hoopvol vindt Ytsma ook wat hij noemt het 'monastiek verlangen'. De hedendaagse belangstelling voor spiritualiteit vertaalt zich ook in een enorme belangstelling voor kloosters en andere vormen van samenleven (Ytsma refereert aan Shane Clayborne, maar ik denk dan ook aan Egidius, Focolare, Timon, en de zgn.deeltijd-religieuzen). Monastieke waarden worden door mensen herkend als waardevol voor deze tijd. En mensen vertalen die dus in een manier van leven met elkaar. Anders dan in de kloosterorden, maar toch. 'Laten we het bescheiden monastiek verlangen noemen' zegt Ytsma. Mij triggert hierin of plaatselijke kerken zo'n plek zouden kunnen zijn, mede denkend aan de droom van Boele (p.147). Een plek waar 'mensen onderweg' elkaar ontmoeten en delen. 'De lof der vriendschap' waarmee Ytsma dit hoofdstuk dan besluit, daagt uit tot nadenken over een 'theologie van de vriendschap'. Het gedachtengoed van Buber zal daar zeker in resoneren.
Expliciet staat Ytsma stil bij heelheid in de relatie tot jezelf. Onmiddellijk echoot in mij de oproep om de ander lief te hebben zoals jezelf. Hebben juist die laatste woorden niet heel lang in het verdomhoekje gezeten? Mooi hoe Boele deze aandacht voor wie jij zelf bent uitwerkt in aandacht ziel en lichaam, voor denken en voelen. En weer valt op hoezeer 'Authentiek' een samenhangend verhaal is: heelheid in de relatie tot de ander blijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met de relatie tot jezelf. De ander die van cruciaal belang is om jou te spiegelen (vgl. wederom Buber, 'Ich werde am Du').
Meer en meer wordt duidelijk hoezeer Ytsma zoekt naar een verhaal wat heel zijn mens zijn serieus neemt, wat zijn integriteit en zijn zoektocht naar verbondenheid respecteert.

Nog altijd blijkt Boele Ytsma veel inspiratie te putten uit de traditie waarin hij is opgegroeid, de christelijke traditie, en de bijbel; hoezeer hij die nu ook op eigen wijze meedraagt en vertaalt in zijn keuzes. Ik vind het verfrissend en menigmaal ook zeer verrassend hoe hij bijbelgedeelten doorleeft. Hoe hij zijn relatie met God omschrijft met 'het lege midden'. Leeg in de zin van dat je er niet de vinger op kan leggen; betekenisvol door wat je er ervaart. Het hoofdstuk over heelheid in de relatie met God vind ik een van de pareltjes in 'Authentiek'. Een station waar menige zoeker in de kerk eens uit zou moeten stappen.

Maar sinds zijn 'kathedraal van zeker weten' in de as is gelegd, heeft hij ook andere bronnen ontdekt die hem op weg helpen om zijn weg in het leven te vinden. Het hoofdstuk over de chakra's kwam ergens wel verrassend op mij over, tegelijkertijd hoorde ik er het citaat van Archimedes aan het begin van het boek weer in terug:'Verstoor mijn cirkels niet.' Is dat niet de taal van het verlangen die opkomt uit het hart van deze zoeker? Ik wil die cirkels zeker niet verstoren. Liever ben ik tochtgenoot. Ik heb alle vertrouwen in de weg, al heb ik geen idee waar die uitkomt. Maar so what, zolang ik onderweg de klok maar hoor luiden... waar die klepel hangt, dat ontdek ik vanzelf!

Chris Kors

Geen opmerkingen:

Een reactie posten